boterham_beleg_smPer e-mail kreeg ik een vraag van een jonge moeder. Met haar kindje van 6 maanden oud, dat ze borstvoeding geeft, krijgt ze veel minder slaap. Gevolgen: moe, zin in zoetigheid en geen zin in sport. Wat nu?

De suggesties die ik haar gegeven heb, komen grotendeels uit mijn eigen ervaring. Met een jong kindje heb je je slaap niet in de hand zoals normaal. Wat mij zelf geholpen heeft vorige keer, is aan de ene kant accepteren dat ik minder energie had. En aan de andere kant het uitrusten voorrang geven op alles. Feitelijk dus: me elke dag realiseren dat ik heel goed voor mezelf moest zorgen. En niet mijn kindje steeds moest laten voorgaan, laat staan mijn werk, mijn bezoek of andere dingen die langskwamen. Ik eerst! (En dat valt soms niet mee…)

Misschien is ook dit een troost: het is tijdelijk. Als het goed is gaat je kindje steeds meer doorslapen. Waar ik na een tijdje achter kwam, was dat David niet per se nog hoefde te drinken als hij ’s nachts wakker werd. Hij werd wakker uit gewoonte en had geen honger. Een aai over zijn bol was ook goed. Eerst vervalt er dus één nachtvoeding, daarna ook de tweede.

Als ik het me goed herinner, ben ik vanaf 7 maanden ‘streng’ geworden en heb ik met mijn kindje geoefend dat hij ’s nachts gewoon door moest gaan slapen. Hij werd toen nog rond 12 uur en 4 uur wakker ’s nachts, zonder te hoeven drinken. Ik heb het bedje van David even op onze kamer gezet (en mijn vriend met enige moeite overtuigd dat hij even op zolder moest gaan slapen, zodat hij overeind zou blijven op zijn werk). Telkens als David wakker werd keek ik even op, of er iets aan de hand was. Zo nee, dan heb ik hem gewoon met rust gelaten. Na drie nachten sliep hij door.

Zin in zoet is wordt meestal erger als je moe bent, dus je behoefte aan snoep, koffie, alcohol e.d. kan flink erger worden. Vandaar dat uitrusten centraal moet staan, waar je ook maar kan. Op tijd eten kan ook helpen, zeker als je borstvoeding geeft. Drie uur na je vorige maaltijd mag er weer iets lekkers en gezonds klaarstaan voor je… Mijn ervaring was, dat als ik dat niet tijdig regelde, ik ging lopen snoepen. Ik was immers moe en had behoefte aan eten. Een paar porties van iets klaarzetten of op tijd beginnen hielp meestal.

Wat het sporten betreft: misschien kun je kijken of je wel dagelijks beweging kunt krijgen (regelmatig tien minuutjes lopen naar de winkel, de opvang, etc.?). Als je stevig doorloopt, is dat ook veel waard voor je conditie. Het sporten wordt weer makkelijker als je meer energie hebt en een nieuw leefritme hebt gevonden. Want dat komt, al wordt het nooit meer hetzelfde als vroeger. ;-)

Meijke van Herwijnen, leefstijlcoach

De smaakontwikkeling van je kind start al tijdens zwangerschap: een ongeboren kind ‘proeft mee’ van wat de moeder eet en drinkt. Dit is ook één van de voordelen van het geven van borstvoeding: die varieert in samenstelling en smaak. Flessenmelk heeft altijd dezelfde samenstelling, waardoor je kind kieskeuriger kan worden of lichamelijk minder goed met variatie kan leren omgaan. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert minimaal twee jaar borstvoeding. Is dit niet haalbaar (en dat geldt voor veel moeders in de Nederlandse situatie), dan is elke week dat er borstvoeding gegeven wordt, toch winst.

Kleine kinderen moeten leren eten. Het is daarom belangrijk dat ze ongepureerd, vast voedsel aangeboden krijgen. Zo kunnen ze sabbelen en knagen en op die manier smaak en structuur leren kennen. In het begin gaat het nog niet om de hoeveelheid vaste voeding die het kind eet, maar meer om het wennen aan vaste voeding. Rond een half jaar is immuunsysteem voldoende rijp, het verteringssysteem redelijk op orde en de motoriek voldoende ontwikkeld om ze met vaste voeding kennis te laten maken. Vaste voeding leren eten is een ontwikkeling die net als leren lopen en praten in stapjes verloopt.

Kinderen wennen aan zoveel mogelijk verschillende smaken als ze ze vaak aangeboden krijgen. Dwang werkt averechts, de ruimte om veel te proberen en ervaren werkt juist goed. Kinderen moeten iets gemiddeld acht tot tien keer proeven voordat ze definitief weten of ze het lekker vinden. Ze iets laten proberen/opeten lukt het beste als ze trek hebben en niet te moe zijn. Varieer met verschillende smaken, kleuren, geuren en texturen. Wat een kind lekker lijkt, zal het proeven en wat niet lekker lijkt, niet. Het kind heeft de leiding en kan zo zelf goed leren kiezen wat hij/zij wel of niet wil eten. De ouder is in de eerste jaren uiteraard wel verantwoordelijk voor het juiste aanbod van voeding en dranken.

Tot 1 jaar mag een kind in verband met botulisme geen honing eten. Verder is het goed om op veiligheid te letten. Denk bijvoorbeeld aan het risico op verslikken bij noten of andere kleine stukjes eten. Baby’s tot een jaar hebben sterke kokhalsreflex; laat een kind daarom nooit alleen met voeding.

Goedemorgen dames en heren en welkom bij het live verslag van misschien wel de belangrijkste wedstrijd van vandaag: de worsteling van Meijke van Herwijnen met De Slaap. Het is zes uur. De strijd is een paar minuten geleden begonnen en het belooft vanmorgen buitengewoon spannend te worden. Natuurlijk is Van Herwijnen de gedoodverfde winnaar. Ze heeft deze week al vijf keer eerder met De Slaap geworsteld en elke keer gewonnen. Maar het was geen gemakkelijke strijd. En ze oogt niet fit vandaag, dames en heren, ze oogt niet fit!
Van Herwijnen heeft zojuist een aanval van De Slaap afgeslagen en op dit moment staat De Slaap klaar om haar opnieuw te overvallen. Van Herwijnen wankelt op haar benen. Ze lijkt te willen gaan zitten, maar dat zou het begin van het einde betekenen. Dat lijkt ze zelf ook te beseffen. Ze lijkt zichzelf streng toe te spreken.
Waar Van Herwijnen al decennia lang bekend stond om haar vermogen om ’s ochtends de strijd met De Slaap moeiteloos te winnen, is daar twee jaar geleden een kentering in gekomen met de komst van haar eerste zoon. Dat lijkt veel van haar gevergd te hebben. En wellicht is de komst van haar tweede zoon, drie maanden geleden, wel de genadeklap geweest. Misschien is dit de ultieme kans van De Slaap om definitief te triomferen.
Want de Slaap lijkt vandaag wel onvermoeibaar. Hij ziet kans om keer op keer toe te slaan bij Van Herwijnen. Zou dit het einde zijn van haar carrière als moeder, schrijfster of coach? Je ziet de twijfel in haar ogen. Ze zakt heel ver weg. Daar komt de Slaap, dames en heren, hij slaat onverbiddelijk toe. Van Herwijnen zakt achterover en wil zich gewonnen geven.
Maar wat gebeurt er nu? Van Herwijnen lijkt zich te herstellen! Aangemoedigd door de luide kreten van haar jongste zoon lijkt ze te besluiten dat ze geen keuze heeft. Ze kreunt. Ze protesteert. Maar ze beweegt weer. Ze komt overeind! Wie had dat gedacht?! Van Herwijnen verzamelt duidelijk haar laatste krachten en negeert De Slaap volkomen. Ze zet haar voeten op de grond, richt zich op en… ze staat! Ze staaaaaaaat!!!
Toch nog een overwinning van Meijke van Herwijnen. Wat was het spannend. En wat prachtig om te zien dat haar zoontje Thijs het volkomen vanzelfsprekend vindt dat zijn moeder De Slaap opzij zet en naar hem toe komt. Wat een begin van de dag.
En blijft u vooral ingeschakeld dames en heren, want rond half zeven doen wij live verslag van de volgende strijd met de Slaap. De partner van Meijke van Herwijnen zal dan laten zien wat hij waard is. De tweejarige David ligt al klaar om het startsein te geven.

Voordat David kwam, heb ik twee keer een miskraam gehad bij twee maanden zwangerschap. Een ‘vroege’ miskraam dus. Die krijgen best veel vrouwen, heb ik toen geleerd. Maar gek genoeg had ik er maar zelden iemand over horen vertellen.

Mijn eigen keuze was om er wel over te vertellen aan mensen. Niet aan iedereen die ik tegenkwam, maar aan mensen die vroegen hoe het met me ging en die naar mijn idee echt belangstelling voor mijn antwoord hadden. Ik had daar een paar redenen voor.

De eerste was, dat ik geneigd ben om moeilijke dingen en problemen voor me te houden uit een soort schaamte. Ik heb liever dat mensen denken dat ik alles kan en alles onder controle heb. Als ik niemand zou vertellen dat ik een miskraam had gehad, zou ik mezelf daarmee hebben verteld dat ik me ervoor moest schamen. Het zou een ‘groot ding’ zijn geworden. Door er wel over te vertellen bleef het iets normaals. Niet iets leuks, maar ook niet iets om me over te schamen.

(Die neiging had ik namelijk wel. Als vrouw hoorde je gewoon een kind te kunnen krijgen, en mij was dat niet gelukt. Twee keer niet zelfs. Op die gedachte betrapte ik mezelf wel eens.)

Een tweede reden om erover te vertellen, is dat ik geleerd heb dat je geen echt contact kunt hebben met mensen als ze niet mogen weten wat je bezighoudt. Als ik niet laat zien wie ik ben, kan een ander dat ook niet goed. En dan wordt het contact met mensen die belangrijk voor je zijn al snel oppervlakkig.

Ik vertelde er dus vooral uit eigenbelang over. En voor een klein deel om anderen te steunen. Als je een miskraam hebt gehad, kan het fijn zijn om te weten dat je niet de enige bent. Dat het vaak voorkomt en dat je je er niet voor hoeft te schamen.

Inmiddels kan ik daar nog iets anders hoopvols aan toevoegen, voor degenen die zich zorgen maken na een of meerdere miskramen: ik heb daarna gewoon een gezonde zoon gekregen. Er zijn geen garanties als het gaat om kinderen krijgen, maar je mag daar gewoon op blijven hopen.

Zitten in het babybadje!

« Older entries

Follow

Get every new post on this blog delivered to your Inbox.

Join other followers: